Terwijl de tuin in augustus nog volop bloeit, zijn de eerste wilde bijen alweer op zoek naar een plek om te overwinteren. Dat klinkt vroeg, maar het klopt: veel solitaire bijensoorten leggen hun eitjes nu al in holle stengels, boorgaten of losse aarde, en de larven die daaruit komen blijven tot volgend voorjaar zitten. Wie nu een insectenhotel neerzet, geeft die larven dus meteen een kans, in plaats van pas in maart, wanneer het grootste deel van de kraamkamers alweer bezet is. Een goed insectenhotel is trouwens geen decoratief kastje met wat bamboe erin geplakt; het is, mits goed gebouwd, een kleine kraamkamer die maanden dienst moet doen. Daar komt best wat bij kijken, en niet alles wat in de tuincentra hangt voldoet. In dit artikel lees je wanneer je moet plaatsen, welk materiaal echt werkt en wat je gerust kunt overslaan.
Waarom augustus, en niet het voorjaar
De meeste tuintips over insectenhotels verschijnen in april, met de boodschap dat het dan tijd is om er een op te hangen. Dat is niet fout, maar wel laat: veel metselbijen en behangersbijen zijn dan al aan het zoeken naar een geschikte holte, en een leeg hotel dat pas in april verschijnt, mist die eerste golf. Augustus is eigenlijk een beter moment, omdat de volgende generatie bijen nu actief eitjes aan het leggen is voor de winter. Zij zoeken holle stengels, verlaten kevergangen in hout of zachte, kale grond, dingen die in een opgeruimde tuin steeds schaarser worden. Bovendien is het nu makkelijker te zien wélke insecten je aantrekt, omdat je de komende weken nog activiteit rond het hotel kunt waarnemen voordat het najaar echt begint. In het voorjaar hoor je vooral gezoem van bewoners die er al zitten; nu zie je de bijen daadwerkelijk naar binnen en naar buiten vliegen met stukjes blad of klei.
Het klinkt bijna als een cliché, red de bijen, maar de praktijk is minder sentimenteel dan de slogan doet vermoeden. De meeste wilde bijen in Nederland zijn solitair: ze leven niet in een korf met een koningin, maar leggen als individueel vrouwtje een paar cellen vol stuifmeel en een eitje, sluiten de holte af en zijn klaar. Geen zwerm, geen honing, geen steekgevaar om rekening mee te houden, de meeste soorten kunnen niet eens door mensenhuid heen steken. Wat ze wel nodig hebben, is een droge, stabiele holte van de juiste diameter, op de juiste hoogte, uit de wind en de regen.
Wat een goed insectenhotel eigenlijk nodig heeft
Niet elk gaatje trekt dezelfde bewoner aan.
Nederland telt ruim 358 soorten wilde bijen, en die verschillen nogal in wat ze als nestplek accepteren. Metselbijen, de bekendste hotelgasten, hebben het liefst holle stengels of boorgaten van 6 tot 10 millimeter doorsnee. Kleinere soorten, zoals sommige behangersbijen, willen juist gaten van 3 tot 5 millimeter. Zet je alleen grote gaten neer, dan blijft ongeveer de helft van de potentiële bewoners buiten de deur.
Holle stengels en riet voor metselbijen
Bamboe, rietstengels en de holle takken van vlier of framboos werken het best als ze aan één kant dicht zijn, de knoop in het riet, of een propje crèmekleurige klei dat je er zelf induwt. Snijd de stengels net achter een knoop af, zodat er geen tocht doorheen komt, en bundel ze strak genoeg dat ze niet los in de koker rammelen. Een tip die weinig mensen toepassen: laat de stengels een paar centimeter buiten het frame uitsteken. Dat lijkt onbelangrijk, maar het voorkomt dat regenwater via het frame naar binnen loopt en de larven laat verrotten.
Hout met boorgaten: de juiste diameter bepaalt wie er komt wonen
Onbehandeld hardhout, eik, es of beuk, geen vurenhout vol hars, boor je met gaten van 2 tot 10 millimeter, in groepjes van dezelfde maat bij elkaar. Belangrijk is de diepte: minimaal 8 centimeter, het liefst dieper, met het gat blind eindigend en niet dwars door het hout heen. Boor loodrecht op de nerf, nooit erlangs, anders scheurt het hout na een paar vorstperiodes open. Schuur de opening glad, een bijenvleugel scheurt bij het in- en uitvliegen zo aan een houtsplinter.
Wat je beter kunt weglaten
Vermijd insectenhotels die vooral gevuld zijn met dennenappels, stro of kunststof rietjes. Ze zien er vol uit in de winkel, maar bijna geen enkele wilde bij gebruikt ze. Dat soort vulling is vooral bedacht om een kastje esthetisch te laten ogen, niet om functioneel te zijn. Beter is een frame met onbehandeld hardhout in de juiste boormaten, aangevuld met een bundel rietstengels: minder ideeën uit een tuinblad, meer wat de bijen zelf al jaren blijken te gebruiken.
Zelf bouwen: materiaal, gereedschap en een bouwplan zonder poespas
Bij Intratuin of Praxis kost een kant-en-klaar insectenhotel al snel tussen de 25 en 60 euro, en de kwaliteit loopt sterk uiteen: sommige exemplaren zijn functioneel, andere zijn vooral tuindecoratie. Zelf bouwen kost met wat overgebleven hout en een handvol rietstengels vaak minder dan 10 euro, en je bepaalt bovendien precies welke maten je aanbiedt.
- Een houten kist of frame zonder bodem, aan de achterkant dicht, ongeveer 30 bij 40 centimeter
- Vul de onderste helft met blokken hardhout waarin je gaten boort van verschillende diameters
- Rietstengels en bamboe voor de bovenste helft, in kokers van pvc-buis of gewoon losjes gebundeld
- Een dak dat minstens 5 centimeter overhangt, tegen inregenen
- Bevestig het geheel stevig, want een insectenhotel dat wiebelt bij elke windvlaag wordt gemeden
Timmerlijm is niet nodig, en eigenlijk zelfs af te raden, want de damp kan de gangen vervuilen.
De juiste plek in de tuin, en waarom oost soms beter is dan zuid
De vuistregel is: zuid tot zuidoost, op minstens 50 centimeter hoogte, met de opening vrij van struiken of gras ervoor. Bijen hebben ochtendzon nodig om op temperatuur te komen voor ze kunnen vliegen, dus een plek waar de eerste zonnestralen het hotel raken werkt vaak beter dan een plek die pas 's middags in de volle zon ligt, vandaar dat oost soms een verrassend goed alternatief is voor zuid. Zorg dat het hotel niet de hele namiddag in de volle zon hangt, want dan kunnen de larven in de gesloten cellen oververhit raken. Een uitzondering geldt eigenlijk alleen op een klein balkon op het westen, waar 's ochtends toch geen directe zon komt: daar is een middagplek met wat schaduw van een parasol vaak de enige haalbare optie, en dat werkt in de praktijk prima.
Ook zonder tuin: insectvriendelijk op een balkon of dakterras
Een volwaardig insectenhotel past ook op een balkon, mits het stevig aan de balustrade of een muur vastzit. Kies dan wel voor een compacter model: een plank van 20 bij 30 centimeter met boorgaten is al genoeg voor de kleinere soorten die in stedelijk gebied het meest voorkomen. Zet er een paar bakken met bloeiende kruiden naast, want een nestplek zonder voedsel in de buurt trekt weinig bewoners.
Wat bijen en vlinders deze maand verder nog nodig hebben
Een insectenhotel alleen is niet genoeg. De meeste solitaire bijen foerageren niet veel verder dan een meter of driehonderd van hun nest, dus zonder bloeiende planten in de buurt blijft het hotel leeg, hoe goed het ook gebouwd is.
- Sedum, laatbloeiend en dus perfect voor augustus tot in de herfst
- Herfstaster
- Klimop, die pas in september en oktober bloeit en dan bijna de enige nectarbron is voor late bijen
- Lavendel werkt ook nu nog goed, zolang je de uitgebloeide bloemen er niet te vroeg af knipt, want ook halfverdorde bloemen trekken nog bezoekers.
Een paar potten sedum of een lavendelstruik kosten bij de meeste tuincentra tussen de 8 en 15 euro, een kleine investering naast het hotel zelf, maar wel een die bepaalt of het ooit bewoond raakt.
Kijk in oktober nog eens goed naar de gevulde gaten. Zit er een dun laagje klei of een propje bladmateriaal voor de opening, dan is de cel bezet en kun je het hotel gewoon laten hangen tot het voorjaar. Is een gat na een paar weken nog steeds open en leeg, dan is de kans groot dat de diameter net niet klopte voor de bijen in jouw tuin, reden genoeg om er volgend jaar een paar maten bij te boren.