Eind juni staat de regenton al half leeg en de weersverwachting belooft weken zonder een serieuze bui. Wie nu pas nadenkt over water in de tuin, loopt altijd achter de feiten aan. De truc is niet om méér te sproeien als het droog wordt, maar om je tuin zo in te richten dat hij langere droge periodes uitzit zonder dat jij elke avond met de slang in de weer bent. Dat scheelt niet alleen op de waterrekening, het scheelt ook tijd, en het maakt je beplanting op de lange termijn taaier. Planten die nooit een keer hebben moeten zoeken naar water, wortelen oppervlakkig en zijn juist het kwetsbaarst zodra het echt heet wordt.
Begin bij de bodem, niet bij de kraan
De meeste tuinen in Nederland hebben of zware klei of juist losse zandgrond, en allebei hebben een waterprobleem dat je niet met sproeien oplost. Zand laat water in een paar minuten wegzakken naar plekken waar geen enkele wortel bij kan. Klei doet het tegenovergestelde: het water blijft bovenop staan, de bovenste laag slibt dicht en daaronder blijft het kurkdroog. In beide gevallen is organische stof het antwoord. Een laag goed verteerde compost van twee tot drie centimeter, in het voorjaar door de bovenlaag gewerkt, houdt in zand het vocht langer vast en maakt klei luchtiger zodat regen er wél in kan zakken. Het klinkt traag, en dat is het ook, maar een bodem die je twee seizoenen lang hebt opgebouwd, droogt merkbaar langzamer uit dan kale grond.
Mulch is de tweede helft van hetzelfde verhaal, en eerlijk gezegd onderschat bijna iedereen het effect. Een laag houtsnippers, cacaodoppen of gewoon je eigen gehakseld snoeiafval van vijf tot zeven centimeter dik houdt de grond eronder koel en remt verdamping flink af. Op een onbedekte border verdwijnt na een hete dag een groot deel van het gietwater zo de lucht in. Onder een fatsoenlijke laag mulch blijft het grootste deel waar je het hebben wilt: bij de wortels. Let alleen op dat je de mulch niet tegen de stam van struiken en bomen aan duwt, want dan houd je daar vocht vast dat de schors kan laten rotten.
Een regenton vol is sneller leeg dan je denkt
Een standaard regenton van 200 liter klinkt als veel, maar reken even mee. Een border van een paar vierkante meter wil bij echte droogte al gauw tien tot vijftien liter per keer, en dan ben je na drie of vier beurten door je voorraad heen. De oplossing is niet één ton, maar opslag die in verhouding staat tot je dakoppervlak. Op een schuin dak van zo'n 40 vierkante meter komt bij een flinke zomerbui zonder moeite een paar honderd liter naar beneden, en dat spoel je nu meestal zo het riool in. Koppel twee of drie tonnen aan elkaar met een eenvoudige verbindingsset, of ga voor een ondergrondse tank als je de ruimte en het budget hebt.
Beter is om die opvang te combineren met een gerichte manier van geven. Vermijd de tuinsproeier die de hele border van bovenaf nat maakt, want daarmee verdampt het meeste voordat het de grond raakt en bevorder je bovendien schimmel op het blad. Een gietrand of een simpele druppelslang die het water rechtstreeks bij de wortels aflevert, doet met de helft van de hoeveelheid hetzelfde werk. En geef liever één keer per drie dagen flink dan elke dag een beetje. Een diepe gietbeurt trekt wortels naar beneden, de zoek de diepte in; een dagelijks scheutje houdt ze juist lui aan de oppervlakte.
Het juiste moment, en het juiste niet-moment
Geef water in de vroege ochtend, bij voorkeur voor zeven uur. Dan is de grond nog koel, kan het water rustig wegzakken en heeft het blad de hele dag om op te drogen. Sproeien in de volle middagzon is bijna weggegooid water: een deel verdampt direct en waterdruppels op blad kunnen in fel licht als kleine lensjes werken en bladschade geven. 's Avonds laat is een redelijk alternatief, maar dan blijft het blad de hele nacht vochtig, en vooral bij courgette, rozen en phlox vraag je daarmee om meeldauw.
Houd er ook rekening mee dat in steeds meer waterschappen tijdens een droge zomer een onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater geldt — uit sloten en vijvers mag je dan niet zomaar pompen. Leidingwater mag wel, maar dat is precies het water dat je met opvang wilde besparen. Eén tussenoplossing die veel mensen vergeten: hergebruik je huishoudwater. Het water waarmee je groente hebt gewassen of het afgekoelde kookwater van de aardappels kan zo de border in.
Kies planten die droogte gewend zijn
De makkelijkste waterbesparing is de beplanting die je niet hoeft te redden. Een border vol mediterrane en prairieachtige soorten komt een Nederlandse zomer prima door op wat er uit de lucht valt. Denk aan deze taaie krachtpatsers:
- Lavendel, salie en tijm — grijsbladige kruiden die juist gedijen op arme, droge grond en die je na het eerste jaar nauwelijks nog water hoeft te geven.
- Siergrassen zoals prachtriet (Miscanthus) en vedergras (Stipa), die met hun diepe wortels makkelijk bij vocht komen dat oppervlakkige planten niet bereiken.
- Vetkruid (Sedum) en huislook, die water opslaan in hun vlezige blad en een week zonder regen niet eens merken.
- Vaste planten als kogeldistel, duizendblad en echinacea, die bovendien een magneet zijn voor bijen en vlinders — en daarmee doe je en jouw waterrekening en de insecten een plezier.
Dat betekent niet dat je hortensia's en andere vochtminnaars de deur uit moet doen. Groepeer ze alleen slim: zet de dorstige planten bij elkaar op een halfschaduwplek, zodat je gericht één hoek water geeft in plaats van de hele tuin. Een hortensia in de volle zon naast lavendel is altijd een compromis waarbij er eentje verliest, en dat is meestal de hortensia.
Potten zijn een verhaal apart
Planten in potten en bakken drogen vele malen sneller uit dan planten in de volle grond, simpelweg omdat de wortelkluit van alle kanten warm wordt. Een terracotta pot in de zon kan op een hete dag twee keer water vragen. Verklein het probleem door grotere potten te kiezen — hoe meer grond, hoe meer buffer — en door wat kleikorrels of een handvol waterkristallen door de potgrond te mengen. Zet kwetsbare potten in juli en augustus liever niet pal op het heetste zuidterras, maar een halve meter in de schaduw van een grotere plant. Het scheelt zomaar de helft van je gietwerk, en je planten staan er aan het eind van de zomer een stuk frisser bij dan de buren die elke avond trouw met de gieter rondlopen.