Waarom oktober het ideale plantmoment is
Wie in het voorjaar een tuin vol kleur wil, legt de basis in het najaar. De grond is dan nog warm van de zomer en krijgt regelmatig regen, waardoor bollen rustig wortels maken voordat de vorst invalt. Plant je te laat, dan komen de wortels niet op tijd op gang. Plant je te vroeg in een zachte nazomer, dan lopen sommige soorten alweer uit. De weken tussen half oktober en eind november zijn voor de meeste bollen precies goed.
De juiste bollen kiezen
Kies stevige, droge bollen zonder zachte plekken of schimmel. Hoe zwaarder de bol, hoe meer reserve hij heeft voor een krachtige bloei. Combineer vroege en late bloeiers, dan heb je van maart tot mei steeds iets te zien.
- Krokus en sneeuwklokje voor de eerste kleur, vaak al in februari.
- Narcissen die jaren terugkomen en met rust gelaten kunnen worden.
- Tulpen voor de grote show in april, het mooist in groepjes van tien of meer.
- Blauwe druifjes als bodembedekker onder hogere bollen.
Zo plant je ze
De vuistregel: plant een bol twee tot drie keer zo diep als hij hoog is. Een tulp van vijf centimeter gaat dus zo'n vijftien centimeter de grond in, met de punt naar boven. Maak het plantgat iets ruimer dan nodig en strooi bij zware klei wat scherp zand op de bodem, zodat overtollig water wegloopt en de bol niet gaat rotten.
Zet bollen dicht bij elkaar voor een vol effect, maar laat ze elkaar niet raken. In borders ogen onregelmatige groepjes natuurlijker dan kaarsrechte rijen. Druk de grond licht aan en geef eenmalig water als het droog is.
Na het planten
Bescherm verse bollen tegen hongerige eekhoorns en muizen met een laagje bladeren of een stuk kippengaas net onder het oppervlak. Verder hoef je niets te doen: de winterkou is geen vijand maar juist nodig om de bloei op gang te brengen. In het voorjaar verschijnt het eerste groen vanzelf.