Een dankbare doe-het-zelfklus
Laminaat leggen is een van de klussen waarmee je als beginner snel een groot, zichtbaar resultaat boekt. Moderne planken klikken in elkaar zonder lijm, dus je hebt weinig gereedschap nodig. Wel is de voorbereiding belangrijk: een vloer die je goed begint, ligt jaren strak, terwijl een slordige start leidt tot kieren en piepen.
Voorbereiden
Sla de voorbereiding niet over, want hier maak of breek je het resultaat:
- Laat het laminaat acclimatiseren: een paar dagen in de kamer waar het komt te liggen.
- Zorg voor een vlakke, droge ondergrond en egaliseer oneffenheden.
- Leg ondervloer voor demping van geluid en een betere ligging.
- Bepaal de legrichting, meestal in de richting van het invallende licht.
De planken leggen
Begin in een hoek en werk rij voor rij. Houd langs alle muren een uitzettingsruimte van ongeveer een centimeter aan, want laminaat werkt met temperatuur en vocht; klem je het vast tegen de muur, dan komt het later bol te staan. Verspring de naden tussen de rijen voor stevigheid en een natuurlijker beeld. Gebruik de laatste, op maat gezaagde plank van een rij als startstuk voor de volgende, dan beperk je het zaagverlies.
Netjes afwerken
De uitzettingsruimte langs de muren werk je weg met plinten of een afwerkprofiel; bevestig die aan de muur, niet aan de vloer, zodat het laminaat vrij kan blijven bewegen. Bij deuropeningen geeft een overgangsprofiel een nette aansluiting. Stap na afloop een keer over de hele vloer om te controleren of alles goed klikt en vlak ligt. Het resultaat is een vloer waar je trots op mag zijn.