Verspilling is zonde en duur
Een groot deel van wat in de prullenbak belandt, had nog prima gegeten kunnen worden. Restjes van het avondeten, een halve groente, brood dat oud wordt: met een paar gewoontes houd je het langer goed en gooi je veel minder weg. Dat scheelt geld en moeite, want een koelkast vol bruikbare restjes is de basis voor een snelle maaltijd op een drukke dag.
Goed verpakken en koelen
Hoe je iets bewaart, bepaalt hoe lang het meegaat. Een paar vuistregels:
- Laat warm eten eerst afkoelen voor je het afdekt, anders ontstaat condens.
- Gebruik luchtdichte bakjes of glazen potten die je makkelijk kunt stapelen.
- Schrijf de datum erop zodat je weet wat eerst op moet.
- Bewaar rauw vlees onderin en kant-en-klaar eten hoger, zodat niets erop lekt.
De koelkast als systeem
Een logische indeling voorkomt dat dingen achterin vergeten worden. Zet wat snel op moet vooraan op ooghoogte, met een vast plekje voor restjes. Een korte blik bij het openen herinnert je eraan wat er nog staat. Veel groenten houden beter in de groentela, terwijl tomaten, brood en aardappelen juist buiten de koelkast op hun plek zijn.
Hergebruik met fantasie
Restjes hoeven niet saai te zijn. Overgebleven groente gaat in een omelet, soep of wokgerecht; oud brood wordt wentelteefjes of croutons; een beetje rijst van gisteren is de basis van een snelle gebakken rijst. Wat je echt niet opmaakt, kun je vaak invriezen in porties. Zo wordt zuinig koken vanzelf een gewoonte in plaats van een opgave.