Eerst de tocht opsporen
Voordat je gaat plakken, wil je weten waar de koude lucht binnenkomt. Het simpelst doe je dat met een brandende kaars of een wierookstokje: houd het vlammetje of de rook langs de randen van deuren en ramen en let op waar het beweegt. Vaak zijn de boosdoeners de onderkant van de voordeur, oude draairamen en de brievenbus. Een huis dat overal een beetje tocht, voelt kouder aan dan het werkelijk is, en daardoor draait de verwarming onnodig hoger.
Het juiste materiaal kiezen
Er is voor elke kier een passende oplossing, en de meeste zijn zelfklevend en zonder gereedschap aan te brengen.
- Schuimband voor brede, onregelmatige kieren; goedkoop maar minder lang houdbaar.
- Rubberen profielen (P- of E-vorm) voor draairamen en deuren die echt goed moeten sluiten.
- Een tochtborstel of valdorpel onder de deur, waar de grootste kier vaak zit.
- Een borsteltje of klepje op de brievenbus.
Netjes aanbrengen
Maak het oppervlak eerst schoon en droog, want zelfklevende strips hechten slecht op stof en vet. Meet de lengte op, knip op maat en druk de strip stevig aan, te beginnen in een hoek. Werk bij voorkeur boven de tien graden, dan plakt de lijm beter. Sluit het raam of de deur daarna een paar keer om te voelen of hij nog soepel dichtgaat; een te dik profiel laat de deur klemmen.
Let op ventilatie
Een goed afgedicht huis is prettig, maar volledig luchtdicht maken is niet de bedoeling. Vocht moet ergens naartoe kunnen. Houd ventilatieroosters open en lucht elke dag even, anders ruil je tocht in voor condens en schimmel. Met een paar euro aan materiaal en een vrije middag voelt je woning meteen behaaglijker aan.